De meest innovatieve CEO in de bio-economie van 2023: een interview met Thomas Philipon
Oorspronkelijk gepubliceerd op IL BIOECONOMISTA, DE EERSTE BLOG OVER DE BIO-ECONOMIE
Interview door Mario Bonaccorso
Thomas Philipon is de CEO van TotalEnergies Corbion, een wereldwijde marktleider op het gebied van marketing, verkoop en productie van PLA (polymelkzuur). Hij is volgens de lezers van Il Bioeconomista tevens uitgeroepen tot de meest innovatieve CEO in de bio-economie van 2023. In dit exclusieve interview met ons spreekt Philipon over de betekenis van innovatie in de bio-economie, de rol die TotalEnergies Corbion speelt en vooral het Europese wetgevingskader ter ondersteuning van de ecologische transitie, in vergelijking met de VS en China. „Europa“, zo stelt hij, „loopt voorop in de bio-economie, maar moet sectoren zoals bioplastics ondersteunen; anders bestaat het risico dat wij wel de knowhow ontwikkelen, maar dat andere delen van de wereld (de VS en China) de productie van deze producten opschalen“.
Meneer Philipon, gefeliciteerd met de erkenning als meest innovatieve CEO in de bio-economie van 2023. Wat is innovatie in de bio-economie, vanuit uw perspectief?
Ik bedank uw lezers voor deze erkenning. Ik ben erg trots dat ik op die lijst sta. Ik heb de namen van de winnaars van de vorige edities bekeken en ik voel me echt gevleid dat ik daar nu bij hoor. Wat TotalEnergies Corbion betreft, is innovatie synoniem met samenwerking. We zijn er erg trots op dat we een sterke samenwerking met de waardeketen hebben opgebouwd om een positief ecosysteem voor bioplastics tot stand te brengen. Onze bedrijfsvoering begint met het begrijpen van de behoeften van onze consumenten en het bedenken van mogelijke oplossingen. We zijn er ook trots op dat we deelnemen aan het debat over het opstellen van de beste milieuwetgeving om duurzame oplossingen te stimuleren.
En wat is de innovatie die TotalEnergies Corbion heeft gerealiseerd?
Als we het over innovatie hebben, gaat het om een voortdurende cyclus. Enerzijds betekent dit het promoten van de oplossingen die we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. TotalEnergies Corbion heeft het scala aan toepassingen waarvoor PLA kan worden gebruikt, uitgebreid. Anderzijds blijven we de grenzen van de PLA-toepassingen verleggen.
We zijn al actief in veel verschillende segmenten, zoals flexibele verpakkingen en serviesgoed voor de horeca, maar ook duurzame goederen, non-wovens en 3D-printen. We willen ons verder ontwikkelen en nieuwe oplossingen aanbieden, omdat steeds meer klanten geïnteresseerd zijn in het verkleinen van hun CO₂-voetafdruk door het gebruik van bioplastics.
We bieden nu oplossingen met verschillende eindverwerkingsmogelijkheden: PLA is een composteerbare bioplastic en kan ook worden gerecycled. Gerecycled PLA heeft het potentieel om de koolstof die bij de productie van PLA uit de atmosfeer is opgenomen, langer vast te houden. Op deze manier ondersteunen we onze klanten om koolstofneutraal te worden.
De productie van biogebaseerd Luminy PLA heeft een 75% kleinere CO₂-voetafdruk dan de bestaande alternatieven op basis van petrochemische grondstoffen. Bovendien zijn er, afhankelijk van de levenscyclus, nog meer positieve effecten. Onze peer-reviewed LCA-analyses bevatten een gedetailleerder overzicht van het aardopwarmingspotentieel en hoe Luminy PLA presteert in andere categorieën van milieueffecten, zoals de CO₂-voetafdruk, waterverbruik en directe verandering in landgebruik. Ook hebben we onlangs de levenscyclusanalyse voor geavanceerd gerecycled PLA, of rPLA, gepubliceerd.
Bioplastics lijken tegenwoordig niet zo populair te zijn in de Europese Unie. Wat is uw mening over het Europese wetgevingskader? Wat zijn op dit moment de belangrijkste zwakke punten van Europa in vergelijking met de VS en China?
Dat is een zeer actuele vraag. De bioplasticsindustrie is, in vergelijking met de kunststofindustrie, nog steeds een opkomende sector, een opkomende technologie. Als we kijken naar de geschiedenis van polymeren, zijn we nog vrij nieuw, een nieuwkomer op dit gebied. Dit betekent dat we uiterst voorzichtig moeten zijn met de regels die we opstellen, om te voorkomen dat de ontwikkeling van deze nieuwe technologie wordt belemmerd. Het wetgevingsklimaat is voor ons van groot belang. We besteden veel tijd aan het in kaart brengen van de behoeften van onze klanten. En we besteden evenveel tijd aan het onderbouwen van het debat over bioplastics en het voorzien van wetgevers van feiten, om ervoor te zorgen dat zij degelijke, duurzame oplossingen opstellen.
In Europa heerst helaas geen duidelijkheid. Terwijl we in 2015 steun zagen bij de beroemde en succesvolle richtlijn inzake plastic zakken, was dat bij de richtlijn inzake wegwerpplastic uit 2019 niet het geval. Bovendien staat de Europese Commissie vandaag op een kruispunt als het gaat om bioplastics, en moet zij ons laten weten welke richting zij op wil gaan. In het verleden zijn er goede stappen gezet in het regelgevingskader ter ondersteuning van bioplastics, maar als we nu kijken naar verschillende ontwerpvoorstellen, zoals de PPWR-verordening, is alles onduidelijk. De belangrijkste zwakte in de EU is het gebrek aan duidelijkheid in de wetgeving en het op één hoop gooien van bioplastics met traditionele polymeren.
In Europa hebben we verschillende modellen, wat een goede zaak is, zodat we kunnen leren van de verschillende nationale context en ervaringen. De implementatie in verschillende regio’s in verschillende tempo’s maakt het erg complex om de wetgeving ten uitvoer te brengen. Maar dat biedt ons ook kansen om succesvolle voorbeelden te verkennen, zoals het geval is in Italië.
Zuid-Korea is een ander land dat de voordelen onderzoekt die bioplastics voor hun economie kunnen opleveren. De wereld kan van deze succesvolle voorbeelden leren en profiteren van deze ervaringen. De concurrentie tussen de VS en China is enorm, omdat zij veel geld investeren en beschikken over stabiele en samenhangende regelgevingskaders. Europa loopt het risico het leiderschap op het gebied van de bio-economie te verliezen vanwege de onduidelijkheid in de wetgeving – zoals reeds vermeld.
Uw bedrijf heeft de investering in de nieuwe fabriek in Frankrijk stopgezet. Wat zijn uw volgende stappen in 2024?
Wij geloven in de groei van bioplastics en met name van PLA. We zullen blijven investeren in onze capaciteit en in ons onderzoek en innovatie. We zullen ook vaart maken door te investeren in personeel. Wij zijn een wereldwijd opererend bedrijf, wat betekent dat we zullen investeren waar de omstandigheden het gunstigst zijn voor onze activiteiten.
Wat betekent het voor u om tot meest innovatieve CEO te worden verkozen?
Dit is een geweldige erkenning, die ik beschouw als een erkenning voor ons hele bedrijf, voor het werk van ons team, voor onze klanten en partners. Samen werken we eraan om een alternatief te bieden voor op fossiele brandstoffen gebaseerde kunststoffen.
Persoonlijk ben ik erg trots, omdat het een erkenning is van ons bedrijfsmodel. Wat we willen bereiken, is de polymeersector ingrijpend veranderen en het voortouw nemen op weg naar een duurzame toekomst.
Wat zijn uw verwachtingen ten aanzien van de nieuwe Europese Commissie, die na de verkiezingen voor het nieuwe Europees Parlement zal worden benoemd?
Laat ik mijn verwachtingen in drie woorden samenvatten: duidelijkheid, snelheid (van uitvoering) en daadkracht. Als we deze drie dingen niet hebben, zullen wij als Europeanen ons concurrentievermogen en ons leiderschap verliezen.
We hebben de State of the Union van voorzitter Von der Leyen in september met grote aandacht gevolgd en we juichen het idee van een EU-initiatief voor biotechnologie en biomanufacturing toe. Europa loopt voorop in de bio-economie, maar moet sectoren zoals bioplastics ondersteunen; anders bestaat het risico dat wij wel de knowhow ontwikkelen, maar dat andere delen van de wereld (de VS en China) de productie van deze producten opschalen. We kunnen het ons niet veroorloven om slechts een chique laboratorium te zijn en onze expertise aan de rest van de wereld weg te geven. We hebben infrastructuur nodig, een nieuw systeem om de vraag naar bioproducten te ondersteunen, zoals het „Biopreferred“-programma in de VS. En we moeten de krachten bundelen, want we moeten ons steeds meer als Europeanen gaan beschouwen. Buiten de Unie is er geen goede toekomst voor de Europese landen.
Welke maatregelen acht u dringend nodig voor de groei van de bio-economie in de Europese Unie?
We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. De Europese Unie is wettelijk gebonden aan de Klimaatwet om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken en vanaf dat jaar negatieve emissies te realiseren. In haar mededeling over duurzame koolstofcycli en de zogenaamde „Industrial Sustainable Carbon“-uitdaging stelt de Europese Commissie een ambitieuze doelstelling vast: „ten minste 20 % van de koolstof die in chemische en kunststofproducten wordt gebruikt, moet tegen 2030 afkomstig zijn uit duurzame, niet-fossiele bronnen“.
Dit is positief, maar er is een wettelijk kader voor nodig. Hoe kunnen we dit realiseren? Het is echt tijd om een gelijk speelveld te creëren tussen biogebaseerde producten en bestaande fossiele oplossingen. Laten we de PPWR als voorbeeld nemen: het is goed om een specifieke lijst te hebben van toepassingen die gecomposteerd moeten worden. Dit is echter een gesloten lijst die alle potentiële innovatie uitsluit.
Als we de juiste koers varen en de juiste instrumenten invoeren, zou Europa een voortrekkersrol kunnen spelen in de productie van bioplastics. Het moet kiezen welke weg het wil inslaan. De PPWR zal een belangrijk instrument zijn voor de toekomst van de biobased economie.
Ten slotte zijn wij van mening dat etikettering van cruciaal belang is. En wij pleiten voor duidelijkheid over de LCA-regels om een snelle implementatie van een circulaire en klimaatvriendelijke economie mogelijk te maken.
Laten we samen blijven optreden en samen blijven innoveren om de circulaire bio-economie te realiseren.